Nieuwsbrief voor overheden
Het Parket bij de Hoge Raad heeft een conclusie geschreven aan de Hoge Raad over een zaak tussen een netbeheerder en gemeenten die een conflict hebben over de opzegbaarheid van duurovereenkomsten voor onbepaalde tijd. Het uiteindelijke oordeel van de Hoge Raad laat nog even op zich wachten.
Endinet (Enexis Netbeheer B.V.), de netbeheerder van het gasdistributienetwerk van onder andere de gemeente Veghel, Bernheze en Uden is een procedure gestart tegen deze gemeenten. In het verleden was Obragas Holding N.V. (hierna: Obragas) netbeheerder van dit gasdistributienetwerk. De gemeenten waren aandeelhouder van Obragas, maar hebben hun aandelen verkocht via een Share Purchase Agreement (SPA) aan Westfalische Ferngas A.G. Endinet is uiteindelijk door middel van herstructurering de rechtsopvolger van Obragas met betrekking tot het eigendom van het gasdistributienetwerk en als partij bij de gesloten overeenkomsten tussen de gemeenten en Obragas. De gemeenten hebben per 1 juli 2014 de overeenkomsten met Endinet opgezegd, omdat zij onder andere van mening zijn dat deze overeenkomsten achterhaald zijn en niet aansluiten op zakelijke en maatschappelijke verhoudingen. Endinet betwist deze opzegging en vordert nakoming van de overeenkomst met betrekking tot het vestigen van zakelijke rechten op alle tracés van gasleidingen in deze gemeenten.
In deze kwestie gaat het om duurovereenkomsten die zijn aangegaan voor onbepaalde tijd die Endinet heeft overgenomen van Obragas met de gemeenten. Duurovereenkomsten voor onbepaalde tijd zijn in beginsel opzegbaar, ook indien de overeenkomst of de wet niet voorziet in een mogelijkheid voor opzegging van deze overeenkomst. Duurovereenkomsten voor onbepaalde tijd kunnen niet opzegbaar zijn, indien dit de bedoeling van partijen is geweest en die bedoeling blijkt uit feiten en/of omstandigheden.
Endinet draagt een aantal bepalingen uit de SPA en de overeenkomst aan, waaruit zou blijken dat partijen de bedoeling hebben dat deze overeenkomst niet opzegbaar moet zijn. Endinet beroept zich onder andere op artikel 12.3 van de SPA waarin is opgenomen dat de gemeenten een garantie verlenen en blijven verlenen met betrekking tot de lig- en legrechten. Endinet doet ook een beroep op artikel 4.4 van de overeenkomst waarin partijen afstand doen van hun recht de overeenkomst te ontbinden en/of te vernietigen, behoudens uitzonderingen in de overeenkomst.
Uit deze bepalingen valt echter niet af te leiden dat partijen de opzegging van de overeenkomst hebben willen uitsluiten. Als partijen deze bedoeling hadden gehad, had het volgens het Hof voor de hand gelegen dat partijen de uitsluiting van opzegging ook expliciet hadden opgenomen in de overeenkomst.
Endinet stelt daarnaast dat partijen willens en wetens civielrechtelijke afspraken hebben gemaakt die naar hun aard onbeperkt van duur zijn. Volgens het Hof heeft Endinet dit niet concreet onderbouwd met feiten en omstandigheden. Het Hof ziet hiervoor ook geen aanknopingspunten in de SPA en de overeenkomst.
Het Hof merkt op dat de overeenkomst na ongeveer 12 jaar is opgezegd, de garanties die zijn gegeven zijn allang verstreken, Endinet voert onvoldoende concrete feiten en omstandigheden aan en het Hof kan ook niet anders concluderen dan dat de duurovereenkomst voor onbepaalde tijd opzegbaar is.
Het parket is het eens met het Hof. Het lag op de weg van Endinet om de stelling dat de duurovereenkomst niet-opzegbaar was te onderbouwen met concrete feiten en/of omstandigheden. Endinet had immers de stelplicht. Het parket is het ook eens met de uitspraak van het Hof omtrent het expliciet opnemen van de uitsluiting van opzegging in de overeenkomst. Het parket concludeert dan ook tot verwerping van het cassatieberoep, oftewel instandhouding van de uitspraak van het Hof.
Uit deze conclusie zijn twee belangrijke punten af te leiden:
- Als in duurovereenkomsten voor onbepaalde tijd géén regeling is getroffen met betrekking tot het opzeggen van de overeenkomst, is de overeenkomst opzegbaar;
- Duurovereenkomsten voor onbepaalde tijd kunnen niet opzegbaar zijn, alleen als dit expliciet is opgenomen in de overeenkomst of als blijkt uit de concrete feiten en omstandigheden dat partijen deze bedoeling hebben gehad.
Nu is het afwachten wat de Hoge Raad over deze zaak gaat oordelen.
Parket bij de HR 20 maart 2020, www.rechtspraak.nl: ECLI:NL:PHR:2020:351
Door Romana Soekarnsingh
"