Nieuwsbrief voor overheden
In overleg met de gemeente Eindhoven sluit de gemeente Nuenen een doorgaande weg af. Dit is zeer tegen de zin van de Nuenense kern Nederwetten, maar het verkeersbesluit houdt tot in hoogste instantie stand. De gemeente sluit de weg (ook) tijdelijk af, maar stelt de weg daarna weer open. Aanwonenden van de desbetreffende weg komen daartegen op.
In kort geding verwerpt de rechtbank Oost-Brabant het verweer dat het verkeersbesluit nooit is geeffectueerd; de gemeente had betoogd dat er slechts sprake was van een tijdelijke wegafsluiting. Maar, ook de andere maatregelen die deel uitmaken van het totaalplan dat aan het verkeersbesluit ten grondslag lag, zijn zichtbaar uitgevoerd. De weg is bovendien niet opengesteld toen de wegwerkzaamheden waren afgerond, maar pas geruime tijd daarna en dus in strijd met het verkeersbesluit, althans zonder dat een nieuw besluit was genomen om het eerdere verkeersbesluit terug te draaien.
Ook het verweer van de gemeente dat de omwonenden niet-ontvankelijk zouden zijn omdat zij bestuursrechtelijk om handhaving hadden moeten vragen, wordt verworpen. De omwonenden verwijten immers de gemeente Nuenen nalatig te zijn bij het afsluiten van de weg conform het verkeersbesluit; het gaat dus over feitelijk handelen en daarom is de burgerlijke rechter bevoegd. Bovendien heeft de gemeente in het midden gelaten of de wederopenstelling was gebaseerd op een nieuw besluit dan wel dat sprake was van het opheffen van een tijdelijke verkeersmaatregel die niet was gebaseerd op een verkeersbesluit. Ten overvloede wordt voorts overwogen dat een bepaalde brief namens de omwonenden zeker kan worden gelezen als een verzoek tot handhaving; de antwoordbrief zou in eerste instantie kunnen worden gelezen als een weigering tot handhaving, maar in het vervolg van de brief heeft de gemeente uiteengezet dat zij ervoor had gekozen om te wachten met het effectueren van het verkeersbesluit. Dat was volgens de voorzieningenrechter ten onrechte, maar hoe dan ook was het onder deze omstandigheden te veel gevergd om van de omwonenden te eisen dat zij van de gemeente moesten verlangen om het verkeersbesluit te handhaven en het bestuursrechtelijke traject te volgen op straffe van niet-ontvankelijkheid bij de burgerlijke rechter. Er was door de gemeente te veel onduidelijkheid geschapen en het niet-ontvankelijkheidsverweer werd pas gevoerd ter zitting.
Dan komt de voorzieningenrechter toe aan een belangenafweging: moet de gemeente worden gedwongen om haar eigen verkeersbesluit na te leven en de doorgaande weg afsluiten? Overwogen wordt dat de gemeente onrechtmatig handelt door hen feitelijk niet meer in de bij het besluit relevant geachte belangen te beschermen. Bij gebreke echter van harde gegevens over de huidige verkeersintensiteit kan dit niet met voldoende zekerheid door de voorzieningenrechter worden beoordeeld. Daarom mag de gemeente de weg volgens het vonnis d.d. 20 januari 2014 openhouden tot en met maart 2014, opdat op basis van verkeerstellingen de gemeente wellicht tot een nieuw verkeersbesluit kan komen waarbij de doorgaande weg alsnog wordt afgesloten. Daarbij wordt ook overwogen dat de burgers van Nuenen en het naburige Eindhoven een duidelijke beslissing nodig hebben, die tot een bestendige eindsituatie leidt. Het krachtens het kort geding opnieuw openstellen van de weg, gevolgd door een nieuwe afsluiting op basis van een nieuw verkeersbesluit is daarom niet wenselijk. Op basis van deze afweging van belangen wordt dan weliswaar de vordering afgewezen, maar omdat omwonenden op zoveel punten in het gelijk zijn gesteld, worden de kosten gecompenseerd. Daarbij wordt ook nog overwogen dat omwonenden met het voeren van het kort geding het probleem nadrukkelijk op de agenda hebben gehouden en de gemeente Nuenen hebben geconfronteerd met hun argumenten voor afsluiting.
Rb. Oost-Brabant 20 januari 2014, www.rechtspraak.nl: ECLI:NL:RBOBR:2014:342
"