Nieuwsbrief voor overheden

De mededeling dat een onderzoek is gestart in het kader van de Treiteraanpak is geen besluit in de zin van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Ook de mededeling dat daarbij gegevensuitwisseling plaatsvindt is dat niet. Tegen deze mededelingen staat dan ook geen bezwaar en beroep open, zo blijkt uit een uitspraak van de rechtbank Amsterdam over de Wet bescherming persoonsgegevens (Wbp). Het is te verwachten dat die lijn onder de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG) niet anders zal zijn.

Een inwoner van Amsterdam ontving een brief van de voorzitter van de Bestuurscommissie stadsdeel Zuidoost dat ten aanzien van hem meldingen waren ontvangen over intimidatie, bedreiging en wangedrag richting bewoners bij hem in de buurt. Er is daarom een onderzoek gestart in het kader van de zogenaamde Treiteraanpak. Om te onderzoeken of er sprake is van intimidatie en zo ja, om daar een einde aan te maken, werkt het bestuur in het kader van de Treiteraanpak samen met de politie, het Openbaar Ministerie, de Amsterdamse woningcorporaties en eventueel betrokken zorginstellingen. Betrokkene is meegedeeld dat bij het onderzoek met betrekking tot hem gegevens uitwisseling zou plaatsvinden.

Vervolgens is de vraag of tegen deze mededeling bestuursrechtelijke rechtsbescherming openstaat. Betrokkene vindt van wel, want hij vindt dat hij ten onrechte als dader wordt aangemerkt en dat hij onvoldoende is gehoord. De rechtbank toetst daarbij aan artikel 1:3 Awb over het besluitbegrip, en concludeert dat de aankondiging dat een onderzoek wordt gestart een feitelijke mededeling is die niet op rechtsgevolg is gericht. De mededeling dat gegevens uitwisseling zal plaatsvinden is evenmin op rechtsgevolg gericht. Er is ook geen andere wettelijke bepaling aan te wijzen op grond waarvan tegen deze mededeling bezwaar en beroep openstaat. Het oordeel van de rechtbank luidt dat het bezwaarschrift van betrokkene terecht niet-ontvankelijk is verklaard.

Deze uitkomst van de procedure lijkt correct. Op de overwegingen van de rechtbank valt echter nog wel een en ander af te dingen. Zo is in artikel 45 van de Wbp bepaald dat een beslissing van een bestuursorgaan als daar bedoeld geldt als een besluit in de zin van de Algemene wet bestuursrecht. De bepaling kan strikt genomen ook feitelijke handelingen omvatten. Het had dan ook voor de hand gelegen dat de rechtbank eerst aan de Wbp en pas daarna aan artikel 1:3 van de Awb had getoetst. Ten tweede is opmerkelijk dat de rechtbank uitsluitend de aankondiging van gegevensuitwisseling aanmerkt als handeling als bedoeld in artikel 34 Wbp. Voor de daaraan voorafgaande mededeling dat een onderzoek in het kader van de Treiteraanpak is gestart, geldt die kwalificatie kennelijk niet. Het is de vraag of dat juist is. Artikel 34 koppelt de mededelingsplicht aan betrokkene immers aan de wijze van verkrijging van de persoonsgegevens. Te verdedigen valt dat de wijze van verkrijging ook de aankondiging van de start van een onderzoek omvat. Bijvoorbeeld als in het kader van dat onderzoek getuigen zullen worden gehoord. Het is correct dat de mededeling dat onderzoek wordt gedaan geen rechtsgevolg teweeg brengt, maar zoals gezegd is dit voor de bezwaar- en beroep mogelijkheden op grond van de Wbp niet doorslaggevend.

Een volgende vraag is of deze rechtbankuitspraak ook relevant is onder de werking van de AVG. Er kan van worden uitgegaan dat dit inderdaad zo is. De mededelingsplicht van artikel 34 Wbp is in uitgebreidere vorm terechtgekomen in artikel 14 van de AVG. De bepaling dat een beslissing van een bestuursorgaan op een verzoek geldt als een besluit (artikel 45 Wbp) keert terug in artikel 34 van de Uitvoeringswet AVG. Ook onder de AVG zou het dictum dus waarschijnlijk hebben geluid dat betrokkene terecht niet ontvankelijk is verklaard.

Rb Amsterdam 18 april 2018, www.rechtspraak.nl:  ECLI:NL:RBAMS:2018:2471

Door Bas de Moor

"

Actualiteiten overzicht