Nieuwsbrief voor overheden
In twee recente zaken van de Centrale Raad komt ontslag aan de orde nadat werknemers niet bereid bleken na lange afwezigheid hun functie weer te gaan vervullen.
In de eerste zaak komt iemand niet terug na verlof. Waar zij zich uiteindelijk na ruim een maand bij de bedrijfsarts meldt, acht deze haar in staat administratieve werkzaamheden uit te voeren. Als zij dit weigert wordt een dienstopdracht gegeven. Omdat werkhervatting uitblijft wordt zij wegens ernstig plichtsverzuim ontslagen. De Centrale Raad oordeelt dat zij door, ondanks een waarschuwing voor disciplinaire maatregelen en de stopzetting van haar bezoldiging, haar gedrag niet aan te passen het risico heeft genomen dat tot het disciplinair ontslag zou worden overgegaan.
In de tweede zaak is sprake van een langlopend arbeidsconflict, waarbij een mediationtraject heeft geleid tot een vaststellingsovereenkomst gericht op werkhervatting. De man in kwestie verricht echter geen werkzaamheden en, ondanks aangedragen oplossingen van de kant van de werkgever, verleent geen medewerking aan een oplossing. Daarom is sprake van functieongeschiktheid als bedoeld in artikel 4.7, aanhef en onder g, van de geldende cao. Op grond daarvan is de man ontslagen. Dat is door de werkgever volgens de Centrale Raad deugdelijk gemotiveerd. Het hoger beroep slaagt dus niet.
CRvB 5 juni 2014, www.rechtspraak.nl: ECLI:NL:CRVB:2014:1992
CRvB 26 juni 2014, www.rechtspraak.nl: ECLI:NL:CRVB:2014:2189
"