Nieuwsbrief voor overheden

Burgemeesters kunnen momenteel pas optreden tegen anders dan druggerelateerde woonoverlast als die overlast zeer ernstig is. Met de Wet aanpak woonoverlast, die de Eerste Kamer op 24 januari jl. heeft aangenomen, kan de burgemeester woonoverlast sneller en effectiever aanpakken.

Woningsluitingen door burgemeesters zijn aan de orde van de dag. Het gaat dan meestal om woningsluitingen op grond van artikel 13b van de Opiumwet en op grond daarvan vastgesteld Damoclesbeleid. Bij het aantreffen van een handelshoeveelheid drugs en de afwezigheid van bijzondere omstandigheden houdt een dergelijk besluit meestal stand.

Anders dan druggerelateerde overlast is moeilijk aan te pakken. Toepassing van artikel 174a ‘Gemeentewet (Gemw.)’. is slechts mogelijk in situaties waarin sprake is van overlast waardoor de veiligheid en gezondheid van mensen in de omgeving van de woning in ernstige mate wordt bedreigd. In een uitspraak van de Afdeling van 1 december 2010 (ECLI:NL:RVS:2010:BO5718) heeft de Afdeling overwogen dat op zichzelf niet ernstige incidenten tezamen de sluiting van een woning niet kunnen rechtvaardigen. De gedragingen moeten cumulatief een ernstige aantasting van de veiligheid en de gezondheid inhouden, maar moeten ook op zichzelf ernstig zijn. Er wordt dus zeer streng getoetst en dat heeft tot gevolg gehad dat de bevoegdheid uit artikel 174a Gemw. amper gebruikt wordt.

Er was daarom ruimte voor een bevoegdheid die mogelijkheden biedt in gevallen waar overlast ervaren wordt die niet met drugs samenhangt en die (nog) niet de ernstige vormen aanneemt dat een woningsluiting op grond van artikel 174a Gemw. gerechtvaardigd is.

De Wet aanpak woonoverlast, die voorziet in de toevoeging van artikel 151d aan de Gemw., voorziet in deze bevoegdheid. Het artikel luidt als volgt:

  1. De raad kan bij verordening bepalen dat degene die een woning of een bij die woning behorend erf gebruikt of tegen betaling in gebruik geeft aan een persoon die niet als ingezetene met een adres in de gemeente in de basisregistratie personen is ingeschreven, er zorg voor draagt dat door gedragingen in of vanuit die woning of dat erf of in de onmiddellijke nabijheid van die woning of dat erf geen ernstige en herhaaldelijke hinder voor omwonenden wordt veroorzaakt.
  2. De in artikel 125, eerste lid, bedoelde bevoegdheid tot oplegging van een last onder bestuursdwang wegens overtreding van het in het eerste lid bedoelde voorschrift wordt uitgeoefend door de burgemeester. De burgemeester oefent de bevoegdheid uit met inachtneming van hetgeen daaromtrent door de raad in de verordening is bepaald en slechts indien de ernstige en herhaaldelijke hinder redelijkerwijs niet op een andere geschikte wijze kan worden tegengegaan.
  3. Onverminderd de laatste volzin van het tweede lid kan de last, bedoeld in de eerste volzin van dat lid, een verbod inhouden om aanwezig te zijn in of bij de woning of op of bij het erf. Het verbod geldt voor een periode van tien dagen. De artikelen 2, tweede lid, en vierde lid, aanhef en onder a en b, 5, 6, 8, eerste lid, aanhef en onder a en b, 9 en 13 van de Wet tijdelijk huisverbod zijn van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat de burgemeester bij ernstige vrees voor verdere overtreding de looptijd van het verbod kan verlengen tot ten hoogste vier weken.

Het gaat om een zogenoemde getrapte bevoegdheid. De gemeenteraad kan de burgemeester de bevoegdheid geven om handhavend op te treden tegen woonoverlast. Daarnaast kan de burgemeester een met het huisverbod vergelijkbare maatregel opleggen.

De Eerste Kamer heeft de wet op 24 januari 2017 aangenomen. Wanneer de wet in werking treedt is nog niet bekend. Wij houden u op de hoogte!

https://zoek.officielebekendmakingen.nl/dossier/34007

Door Ad Schreijenberg

"

Actualiteiten overzicht