Nieuwsbrief voor overheden

De Wet normering bezoldiging topfunctionarissen publieke en semipublieke sector (beter bekend als: Wet normering topinkomens) doet zijn invloed steeds vaker gelden. Behalve over vertrekregelingen beginnen er nu ook uitspraken te komen over handhavingsbesluiten. Die uitspraken geven tegelijk ook duidelijkheid over de reikwijdte van de WNT. Dat levert nog wel eens verrassingen op.

Met de rector van een school voor voortgezet onderwijs in Veenendaal werd in 2013 een vertrekregeling overeengekomen. Onderdeel van die regeling was een ontslagvergoeding van € 90.000,- bruto voor gederfde inkomsten en pensioenopbouw. De accountant wees de gemeente op een mogelijke overtreding van artikel 2.10 van de Wet normering topinkomens (WNT) en waarschuwde voor handhavingsmaatregelen door de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. Die kan een last onder dwangsom opleggen of zelfs tot terugvordering overgaan. Het college van burgemeester en wethouders van Veenendaal heeft het zover niet laten komen en heeft van de voormalige rector een bedrag van € 15.000,- bruto als onverschuldigd betaald teruggevorderd. Over dit terugvorderingsbesluit is doorgeprocedeerd tot bij de Centrale Raad.

Betrokkene stelde zich op het standpunt dat de school geen instelling is als bedoeld in artikel 1.3, eerste lid, aanhef en onder d van de WNT, maar een openbare school in stand gehouden door de gemeente Veenendaal en daarmee feitelijk een onderdeel van de gemeente. De school kon volgens hem worden vergeleken met andere gemeentelijke diensten, waarvan de leidinggevenden evenmin als topfunctionaris worden beschouwd. Met de rechtbank is de Centrale Raad echter van oordeel dat de school wel degelijk is aan te merken als een instelling als bedoeld in artikel 1.3, eerste lid, aanhef en onder d van de WNT. De school voldoet aan de verreisten van die bepaling, gelezen in samenhang met punt 7 van bijlage 1 behorend bij de bepaling en de wetsgeschiedenis van de WNT. De Centrale Raad haalt in dit verband aan dat volgens de memorie van toelichting voor alle  OCW-sectoren het zwaarste regime van het bezoldigingsmaximum geldt. Er wordt geen onderscheid gemaakt tussen openbare scholen die in stand worden gehouden door een gemeente en openbare scholen die in stand worden gehouden door een stichting of openbare rechtspersoon.

De voormalige rector voerde tevens aan dat hij in zijn functie als rector niet was aan te merken als topfunctionaris, omdat hij feitelijk geen leiding gaf aan de hele school. Hij stelde dat hij niet volledig beslissingsbevoegd was op het terrein van huisvesting en financiën en dat hij over bepaalde zaken verantwoording moest afleggen aan het college. In de praktijk was hij met de conrectors, de unitleiders en de teamleiders gezamenlijk verantwoordelijk voor de organisatie van het onderwijs. Ook deze stellingname wordt door de Centrale Raad doorgeprikt. Blijkens het managementstatuut was betrokkene belast met de dagelijkse leiding van de gehele school. Daarmee is de kwalificatie als topfunctionaris naar het oordeel van de Centrale Raad gegeven. Dat binnen de school andere medewerkers verantwoordelijk waren voor bepaalde (deel)taken en betrokkene de functie anders heeft ingevuld dan in het managementstatuut was beschreven laat onverlet dat hij eindverantwoordelijke was. Evenmin doet dit eraan af dat hij als enige formeel en expliciet was belast met de dagelijkse leiding van de gehele school. De terugvordering wegens onverschuldigde betaling blijft derhalve in stand.

CRvB 29 juni 2017, www.rechtspraak.nl: ECLI:NL:CRVB:2017:2280

Door Bas de Moor

"

Actualiteiten overzicht