Nieuwsbrief voor overheden

Het verlenen van privaatrechtelijke toestemming door de Staat om windturbines op Delta Park Neeltje Jans te realiseren en te exploiteren maakt ernstige inbreuk op het huurgenot van Neeltje Jans.

 

Het themapark Delta Park Neeltje Jans is gevestigd op het voormalig werkeiland Neeltje Jans in de Oosterscheldedam, dat eigendom is van de Staat. De terreinen, waarop het themapark gevestigd is, huurt Neeltje Jans van de Staat. Kleinere delen van het themapark heeft Neeltje Jans in erfpacht en ook heeft Neeltje Jans op kleinere delen een gebruiksrecht. Windpark OSK B.V. (hierna: ‘OSK’) is voornemens op het werkeiland het windpark ‘Bouwdokken’ te realiseren. Dit windpark zal bestaan uit een negental windturbines. Een tweetal windturbines zal direct in de nabijheid van het themapark worden gerealiseerd.

Neeltje Jans vordert onder meer de privaatrechtelijke toestemming in te trekken en er zorg voor te dragen dat de gevestigde en/of verstrekte rechten worden beëindigd of opgeheven. De grondslag van die vordering is toerekenbare tekortkoming van de Staat van haar verplichtingen als verhuurder ten opzichte van Neeltje Jans als huurder. Het toestemming geven tot het plaatsen van de windturbines aan OSK zou volgens Neeltje Jans een onaanvaardbare inbreuk maken op het huurrecht, in het bijzonder op haar huurgenot.

De kantonrechter oordeelt dat van inbreuk op een huurgenot sprake kan zijn, ook indien de negatieve effecten worden veroorzaakt door oorzaken buiten het gehuurde. De Hoge Raad heeft namelijk in zijn uitspraak van 27 april 2012 (HR 27 april 2012, ECLI:NL:HR:2012:BV7337 beslist dat niet enkel de stoffelijke toestand van de (gehuurde) zaak tot genotsbeperking kan leiden, maar dat ook ‘onstoffelijke’ eigenschappen, zoals bijvoorbeeld bereikbaarheid, toegankelijkheid en uitstraling tot een gebrek dienen te worden gerekend.

De kantonrechter oordeelt dat sprake kan zijn van inbreuk op het huurgenot van Neeltje Jans, indien het niet de Staat zelf is die de hinderlijke effecten veroorzaakt, maar een derde, zoals in dit geval OSK. Het is immers de Staat, die vergunning verleent aan OSK juist met het doel het oprichten en exploiteren van de windturbines, die tot inbreuk op het huurgenot van Neeltje Jans aanleiding kunnen geven. Het verlenen van een vergunning met juist dat doel kan derhalve inbreuk maken op het huurgenot dat de Staat aan Neeltje Jans op grond van de huurovereenkomsten heeft te verschaffen, zo oordeelt de kantonrechter.

De kantonrechter oordeelt dat in lijn met de beslissing van het hiervoor besproken arrest van de Hoge Raad (met name rechtsoverweging 3.4.5) Neeltje Jans mag verwachten dat gedurende de huurtermijn de uitstraling van de op het gehuurde geëxploiteerde attractiepark geen relevante wijzigingen zal ondergaan. De kantonrechter is van oordeel dat het profiel en het formaat van de turbines en het feit dat de rotors bij bepaalde windrichtingen boven het terrein van Neeltje Jans en dus ook boven de hoofden van de bezoekers van het attractiepark, de uitstraling van het attractiepark, als een toeristische trekpleister voor vooral ook gezinnen met kinderen, zodanig wijzigt dat sprake zal zijn van een ernstige inbreuk op het huurgenot van Neeltje Jans. In combinatie met de rechtsoverweging dat ook sprake kan zijn van inbreuk op het huurgenot indien een derde hinderlijke effecten veroorzaakt, vloeit hieruit voort dat het verlenen van privaatrechtelijke toestemming door de Staat aan OSK om de turbines op die plaatsen te realiseren en te exploiteren ernstige inbreuk maakt op het huurgenot van Neeltje Jans.

Rb Den Haag 17 januari 2017, www.rechtspraak.nl: ECLI:NL:RBDHA:2017:415

Door Lianne Broekhuysen

"

Actualiteiten overzicht