Nieuwsbrief voor overheden

Bij de aanleg van wegen gebruikt de toenmalige gemeente Berkel-Enschot in de periode tot 1973 zinkassen. Zinkassen zijn een restproduct van de productie van zink. Na 1973 was duidelijk dat zinkassen leiden tot bodemverontreiniging. De gemeente Berkel-Enschot is in 1997 opgegaan in de gemeente Tilburg. 

De gemeente heeft in 2013/2014 het openbaar gebied gesaneerd. In 2020 wordt een woonwijk aangelegd; voorafgaand daaraan is bodemverontreiniging geconstateerd en gesaneerd. De eigenaar van een nabijgelegen perceel laat daarom in 2021 bodemonderzoek doen. Zijn perceel blijkt eveneens boven de interventiewaarde verontreinigd met zware metalen, door uitspoeling afkomstig van de door de gemeente voor de wegaanleg gebruikte zinkassen.  

De eigenaar claimt schade op grond van onrechtmatige daad. De gemeente doet beroep op verjaring. Volgens de eigenaar is daarvan geen sprake, want de voortdurende aanwezigheid van de verontreiniging betekent dat de onrechtmatige daad voortduurt. Pas op het moment dat de schade zou zijn weggenomen, is volgens hem de onrechtmatige daad beëindigd. Dat betekent dat volgens hem de verjaringstermijn van 20 jaar na de onrechtmatige daad nog niet is begonnen. 

Het hof in Den Bosch oordeelt anders. Aan de lange verjaringstermijn van artikel 3:310 BW van 20 jaar ligt het belang van de rechtszekerheid ten grondslag. Deze termijn begint te lopen door het intreden van de schadeveroorzakende gebeurtenis, zelfs als de benadeelde van het bestaan van de daaruit voortvloeiende onrechtmatige daadsvordering niet op de hoogte is. De verjaring begint op het moment waarop de gebeurtenis plaatsvond waardoor de schade is veroorzaakt. Het hof oordeelt dat de verontreiniging is aan te merken als een gevolg van het gebruik van de zinkassen tot 1973. De voortdurende aanwezigheid van schade/verontreiniging op het perceel betekent niet dat sprake is van een voortdurend schade veroorzakend feit. Dus de schade is veroorzaakt vóór 1973. Dat door het uitlogen van de zinkassen naar het perceel van de eigenaar de schadelijke gevolgen later zijn ingetreden, doet er niet toe. De voortdurende (her-)verontreiniging van het perceel is niet een voortdurend feit/dus geen voortdurende onrechtmatige daad. 

De eigenaar doet ook beroep op redelijkheid en billijkheid; het beroep op verjaring zou onaanvaardbaar zijn. Het hof overweegt daaromtrent dat daarvan slechts in uitzonderlijke gevallen sprake kan zijn. Zo’n geval kan zich voordoen wanneer onzeker is of de gebeurtenis die de schade kan veroorzaken inderdaad tot schade zal leiden, zoals in het geval van het gebruik van asbest waarvan het lang onzeker was of het gebruik van asbesthoudende materialen al dan niet tot schade kon leiden. Van zo’n situatie is hier geen sprake, want al in 1973 werd het gebruik van zinkassen gestaakt omdat daardoor verontreiniging zou gaan ontstaan. Bovendien is de aard van de schade van belang: bij gezondheidsschade kan een beroep op verjaring onredelijk zijn. Het kan wel zijn, aldus het hof, dat de waarde van de woning is gedaald maar dat is niet relevant. Niet is gebleken van gezondheidsschade. Daar komt nog bij dat de gemeente had aangevoerd dat tot 1973 de gedachte was dat door het toepassen van zinkassen een nuttige toepassing werd gegeven aan een restproduct terwijl pas later, vanaf medio jaren ’80 aandacht kwam voor de gevolgen van het toepassen van zinkassen in de bodem voor het milieu. 

Het beroep op verjaring slaagt daarom. 

Hof Den Bosch 14 oktober 2025, www.rechtspraak.nlECLI:NL:GHSHE:2025:2810 

Actualiteiten overzicht