Nieuwsbrief voor overheden

De Afdeling heeft op 27 augustus 2014 twee uitspraken gewezen waaruit naar voren komt dat van de eigenaren van een pand dat wordt verhuurd, mag worden gevergd dat zij zich tot op zekere hoogte informeren over het gebruik dat van het door hun verhuurde pand wordt gemaakt. Dat geldt ook voor huurders die een pand onderverhuren. Hebben zij zich daar, bijvoorbeeld door middel van controles, niet over geïnformeerd, dan zijn zij in het geval van overtredingen in voorkomende gevallen als overtreder aan te merken.

In de eerste uitspraak, met betrekking tot een hennepkwekerij, zijn er geen schriftelijke huurovereenkomst met betrekking tot onderhuur, geen bewijs van huurbetalingen van een onderhuurder en ook geen objectieve en verifieerbare gegevens over de identiteit van de onderhuurder. De Afdeling overweegt dat ook, voor zover het bestaan van onderhuur wel aangenomen zou worden, de huurder redelijkerwijs had kunnen weten dat het pand als hennepkwekerij werd gebruikt. Mede gelet op de omvang van de kwekerij (720 planten) wordt niet aannemelijk geacht dat de huurder dit bij controles niet zou hebben ontdekt.

De andere uitspraak gaat over het gebruik van een pand als seksinrichting en horecabedrijf in strijd met de planvoorschriften. De Afdeling overweegt dat de eigenaren van het pand als overtreders kunnen worden aangemerkt. Zij wisten of hadden redelijkerwijs kunnen weten dat het pand in strijd met de planvoorschriften werd gebruikt. Dat de huurders de eigenaren op grond van privacybezwaren de toegang weigeren, kan hier niet aan in de weg staan.

Op 10 september 2014 deed de Afdeling uitspraak in een vergelijkbare zaak. Er is sprake van een hennepkwekerij in een verhuurd pand en de kosten van bestuursdwang (voor het ontmantelen van de kwekerij) worden op de eigenaar verhaald. In deze zaak is het echter zo dat de eigenaar voor de verhuur van zijn pand een tussenpersoon heeft ingeschakeld. De omstandigheden dat de eigenaar niet beschikte over een kopie van een geldig legitimatiebewijs, een loonstrook of werkgeversverklaring van de huurder maakt gelet op de overdracht van het beheer aan een derde niet dat de eigenaar wist dan wel had behoren te weten dat het pand in strijd met artikel 1a, tweede lid, van de Woningwet werd gebruikt. Daarbij neemt de Afdeling ook in aanmerking dat in de huurovereenkomst een antidrugsbepaling was opgenomen en er voor de eigenaar geen signalen waren waaruit − in de nog korte verhuurperiode van drie maanden tot aan de ontmanteling − het gebruik van het pand als hennepkwekerij kon worden opgemaakt.

ABRvS 27 augustus 2014, www.rechtspraak.nl: ECLI:NL:RVS:2014:3205

ABRvS 27 augustus 2014, www.rechtspraak.nl: ECLI:NL:RVS:2014:3206

ABRvS 10 september 2014, www.rechtspraak.nl: ECLI:NL:RVS:2014:3350

Door mr. drs. A. Schreijenberg

"

Actualiteiten overzicht