Nieuwsbrief voor overheden

Aansprakelijkheid waterschap voor zoutgehalte oppervlaktewater? Omvang taak waterschap. Relativiteit, toerekening en eigen schuld.

Een kweker van lelies haalt het gietwater uit de watergang naast zijn bedrijf. Met de lelieplanten gaat het niet goed door een veel te zoute kasgrond. De kweker stelt het Hoogheemraadschap van Delfland daarvoor aansprakelijk. Het hoge zoutgehalte van het water in de watergang zou het gevolg zijn van onvoldoende doorstroming.

Het hof Den Haag overweegt dat waterschappen op grond van artikel 1 van de Waterschapswet de waterstaatkundige verzorging in een gebied ten doel hebben. Het hof oordeelt, net als eerder de rechtbank, dat daaruit niet kan worden afgeleid dat het hoogheemraadschap de verplichting heeft te voorzien in de beschikbaarheid van oppervlaktewater met een voor een bepaald gewas geschikt zoutgehalte. Er is geen taak om te zorgen voor de aanwezigheid van gietwater van een bepaalde kwaliteit. De omstandigheid dat het bekend was dat door kwekers gebruik werd gemaakt van het slootwater als gietwater maakt ook niet dat een dergelijke verplichting is ontstaan. Voor zover er wel een dergelijke norm zou bestaan, gaat het om een algemene norm en niet om een voldoende specifieke gedragsnorm die ertoe strekt om de kweker te beschermen tegen vermogensschade door fluctuaties in het zoutgehalte.

Kortom, het behoort niet tot de taak van een waterschap om bijvoorbeeld te strijden tegen zout en andere van nature in het water aanwezige stoffen.

Hof Den Haag 16 mei 2017, www.rechtspraak.nl: ECLI:NL:GHDHA:2017:1265

Door Rikkert Hoekstra

"

Actualiteiten overzicht