Tip van de Week

Als u een werknemer op staande voet ontslaat, is er een reële kans dat hij dit zal aanvechten. Vanuit werkgeverszijde wordt daarop veelal gereageerd met een zogenaamd ‘voorwaardelijk ontbindingsverzoek’. Het doel hiervan is het alsnog doen eindigen van de arbeidsovereenkomst voor het geval het ontslag op staande voet (achteraf gezien) niet had mogen worden gegeven. Het is echter de vraag of zo’n voorwaardelijk ontbindingsverzoek na een ontslag op staande voet nog wel mogelijk is onder de WWZ. Uit literatuur en recente rechtspraak blijkt dat hierover verschillend wordt gedacht. Zolang de Hoge Raad de knoop niet heeft doorgehakt, adviseren wij na een ontslag op staande voet - zo nodig – gewoon onverkort een voorwaardelijk ontbindingsverzoek in te dienen.

In Tijdschrift voor de Arbeidsrechtpraktijk (TAP) van deze maand is over dit onderwerp een actuele en verdiepende bijdrage gepubliceerd van onze eigen advocaat mr. D.N.C. (Daniël) Doolaege en oud-collega mr. dr. J.P. (Jeroen) Quist. Zij concluderen dat verschillende situaties moeten worden onderscheiden en onder de WWZ in enkele gevallen nog plaats is voor een voorwaardelijke ontbinding na een ontslag op staande voet. In welke gevallen dat is, kunt u lezen in het volledige artikel uit TAP (20016, 135) dat hieronder kan worden gedownload.

De voorwaardelijke ontbinding onder de WWZ: is het einde nabij?

"

Actualiteiten overzicht