Tip van de Week
Als directeur-grootaandeelhouder (DGA) hebt u boven uw werkmaatschappij veelal nog een persoonlijke holding. De wet schrijft voor dat rechtshandelingen tussen een BV (de dochtervennootschap) en haar enig aandeelhouder (de holding), waarbij de BV wordt vertegenwoordigd door deze aandeelhouder, schriftelijk moeten worden vastgelegd. Dit is alleen dan niet verplicht als de rechtshandeling tot “de gewone bedrijfsuitoefening” behoort. In de praktijk blijft de schriftelijke vastlegging van rechtshandelingen tussen de holding en de dochtervennootschap echter vaak achterwege. Daarmee loopt u het risico dat - bijvoorbeeld bij het faillissement van de dochtervennootschap - de transactie wordt vernietigd en zaken vanuit de holding onnodig het faillissement ingaan. Voorkom dit en houd u aan het schriftelijkheidsvereiste.