Blog

Het is belangrijk om te weten dat er in de wet geen specifieke regels zijn opgenomen voor het opzeggen van een franchiseovereenkomst. Het is daarom aan te raden om zelf in de overeenkomst vast te leggen wanneer en onder welke voorwaarden opzegging mogelijk is. Op grond van de redelijkheid en billijkheid (artikel 6:248 van het Burgerlijk Wetboek) kunnen er nog wel aanvullende eisen aan de opzegging worden gesteld.

Uitspraak – ECLI:NL:HR:2024:2709

In deze zaak was er sprake van een franchiseovereenkomst die vanaf 31 juli 2003 telkens voor de duur van vijf jaar is verlengd. Bij brief van 28 juli 2020 zegde Leen Bakker de franchiseovereenkomst op tegen 31 juli 2023 vanwege bedrijfseconomische redenen. De franchisenemer achtte deze opzegging niet rechtsgeldig. De zaak is uiteindelijk tot de Hoge Raad gekomen. De volgende overwegingen van de Hoge Raad zijn relevant.

Allereerst dient gekeken te worden naar de criteria voor opzegging zoals vastgelegd in de franchiseovereenkomst. In deze zaak was een opzegtermijn overeengekomen. Dit is de tijd die de overeenkomst nog voortduurt na opzegging. Leen Bakker had die termijn in acht genomen.

Voorts moet worden beoordeeld of op grond van redelijkheid en billijkheid aanvullende eisen aan de opzegging gesteld moeten worden. Zo kunnen deze eisen meebrengen dat opzegging door de franchisegever slechts mogelijk is indien hiervoor een voldoende zwaarwegende grond bestaat. Dit belang moet zwaarder wegen dan het belang van de franchisenemer bij voortzetting van de franchiserelatie. In deze zaak was deze eis ook in de overeenkomst opgenomen. Aan deze eis was voldaan, omdat Leen Bakker onder andere voldoende gemotiveerd had dat zij bij zelfexploitatie meer inkomen zou genereren en dat er werkzaamheden voor de franchisenemers verricht dienden te worden die voor de eigen winkels niet nodig waren. Hierbij was relevant dat Leen Bakker wilde stoppen met de franchiseformule en dat zij zich volledig wilde richten op het exploiteren van eigen winkels.

De eisen van redelijkheid en billijkheid kunnen tevens meebrengen dat de opzegging gepaard dient te gaan met een aanbod tot betaling van een (schade)vergoeding aan de franchisenemer. De Hoge Raad oordeelde dat het niet zo is dat een opzegging in de regel ongeldig is als niet tegelijkertijd een schadevergoeding wordt aangeboden. Wel kan dit ertoe leiden dat de franchisegever uiteindelijk verplicht is een hogere vergoeding te betalen.

Slotsom

Bij het opzeggen van een franchiseovereenkomst is het dus belangrijk om niet alleen naar de gestelde eisen in de overeenkomst te kijken. Ga ook na of je een voldoende zwaarwegend belang bij de opzegging hebt en of je bij de opzegging tegelijkertijd een aanbod moet doen tot betaling van een (schade)vergoeding.

Heeft u vragen of geschillen over een franchiseovereenkomst? Neem gerust contact met ons op.

Actualiteiten overzicht

Maak kennis met onze specialisten

Bekijk ons team