Nieuwsbrief voor overheden
De aanbestedingsleidraad bevatte voor het gunningscriterium prijs een formule op basis waarvan de scores van de inschrijvers werden bepaald. De formule was echter zodanig opgesteld dat toepassing ervan uitsluitend negatieve scores opleverde voor alle inschrijvers behalve voor de partij met de laagste inschrijfprijs. Op grond van de leidraad zouden die negatieve scores vervolgens op 0 worden gesteld, waardoor alle inschrijvers behalve de goedkoopste feitelijk nul punten voor het criterium prijs ontvingen. Van een zinvolle differentiatie op dit criterium was dus geen sprake.
Nadat de inschrijvingstermijn was verstreken, deelde de gemeente in haar gunningsbeslissing van 11 november 2025 mee dat de prijsformule een fout bevatte. In plaats van de formule uit de leidraad had de gemeente een gewijzigde formule toegepast. De gemeente stelde dat was gekozen voor de aanpassing die het meest in lijn was met de oorspronkelijke formule uit de leidraad.
De voorzieningenrechter achtte dit ontoelaatbaar. In de eerste plaats kon niet worden uitgesloten dat potentiële gegadigden hadden afgezien van inschrijving vanwege de in de leidraad opgenomen formule: zij konden er immers op vertrouwen dat die formule daadwerkelijk zou worden gehanteerd en hoefden geen rekening te houden met een latere correctie. In de tweede plaats was de keuze voor een specifieke aanpassingswijze willekeurig: eiseres toonde met een rekenvoorbeeld aan dat het vervangen van de factor 1 door een factor 2 tot een geheel andere rangorde zou hebben geleid. De gemeente had dus achteraf, op een voor inschrijvers niet inzichtelijke en niet controleerbare wijze, de beoordelingssystematiek bepaald. Dit is in strijd met het transparantiebeginsel.
Een beroep op rechtsverwerking dat eiseres de fout in de prijsformule vóór de inschrijving had moeten signaleren en aan de kaak had moeten stellen, slaagt niet. Bij een fundamenteel gebrek in de aanbestedingsstukken kan de aanbestedende dienst er niet op vertrouwen dat een inschrijver een dergelijk gebrek niet meer aan de rechter kan voorleggen omdat zij vóór inschrijving geen actie heeft ondernomen. De voorzieningenrechter sloot daarmee aan bij het eerder door het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden geformuleerde uitgangspunt (Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 15 februari 2022, ECLI:NL:GHARL:2022:1150, r.o. 3.28).
De stelling dat eiseres de aanbesteding sowieso niet zou hebben gewonnen – ook bij toepassing van de oorspronkelijke formule zou de tussenkomende partij de beste prijs-kwaliteitsverhouding hebben gehad – leverde evenmin een afwijzingsgrond op. Bij toewijzing van de vordering tot heraanbesteding bestaat voor eiseres immers nog steeds een reële kans op gunning. Dat belang is voldoende.
De uitspraak is een duidelijke waarschuwing voor aanbestedende diensten: fouten in gunningscriteria dienen vóór het sluiten van de inschrijvingstermijn te worden gesignaleerd en gecorrigeerd. Wie dat nalaat en de aanbestedingsdocumenten achteraf aanpast, opent de deur naar een rechterlijk verbod op gunning en de verplichting tot heraanbesteding. Het is bij uitstek de aanbestedende dienst zelf die ervoor moet zorgen dat de aanbestedingsstukken geen fouten bevatten. Het ontbreken van klachten van inschrijvers of gegadigden ontslaat haar niet van die verantwoordelijkheid.
Vzr. Rechtbank Midden-Nederland 20 maart 2026, www.rechtspraak.nl: ECLI:NL:RBMNE:2026:1293.