Nieuwsbrief voor overheden

Waar een bestemmingsplan geen beperkingen stelt aan het aantal woningen per perceel en ook anderszins geen gebruiksverbod kent ten aanzien van het splitsen van woningen, moet ervan worden uitgegaan dat het is toegestaan om van een uitbreiding van de woning een zelfstandige woning te maken.

Het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam heeft in juli 2018 een omgevingsvergunning verleend om een woning uit te breiden. Later dat jaar dient de vergunninghouder een aanvraag in om de woning en de vergunde uitbreiding daarvan te splitsen in twee woningen. Die aanvraag werd door het college geweigerd.

Het college stelt dat het splitsen van de woning niet is toegestaan, omdat het bestemmingsplan per bouwvlak in een hoofdgebouw slechts de bouw toestaat van één woning of woongebouw.

De rechtbank is met de aanvrager echter van oordeel dat het bestemmingsplan zich niet verzet tegen woningsplitsing. De rechtbank heeft in dat verband het volgende overwogen:

“In het bestemmingsplan is geen relatie gelegd tussen de bestemming ‘Wonen’ in planregel 3.1 (de bestemmingsomschrijving) en de omschrijving van het begrip “woning” in planregel 1.92. Dit betekent dat de omschrijving van het begrip “woning” niet van betekenis is voor de uitleg van het begrip “wonen” in planregel 3.1.1 Op grond van planregel 3.1, voor zover hier relevant, is wonen op de daartoe bestemde gronden toegestaan in woonhuizen en woongebouwen. Deze bepaling biedt geen aanknopingspunten voor de stelling van het college dat op het perceel slechts één woonhuis of woongebouw is toegestaan. Gelet hierop en aangezien het splitsen van woningen in de planregels ook niet expliciet als gebruiksverbod is opgenomen, moet ervan worden uitgegaan dat het is toegestaan van de hiervoor genoemde uitbreiding van de woning een zelfstandige woning te maken.”

Deze uitspraak laat nog eens zien dat het er bij de formulering van planregels vrij nauw op aankomt. Waar het mogelijk niet de bedoeling van de gemeenteraad was om de splitsing  van woningen toe te laten, staat daar niets aan in de weg.

Rb Amsterdam 23 december 2019 (gepubliceerd: 2 februari 2021), www.rechtspraak.nl: ECLI:NL:RBAMS:2019:10264

Door Ad Schreijenberg

Actualiteiten overzicht