Nieuwsbrief voor overheden
Rotterdam en 42 andere gemeenten in de NAL-regio Zuidwest Nederland publiceerden op 1 september 2025 een Europese aanbesteding voor het overnemen, realiseren, exploiteren, beheren en onderhouden van laadpalen voor elektrische voertuigen. De omvang is aanzienlijk: circa 20.000 nieuwe palen en de overname van ongeveer 3.100 bestaande. Het totaal wordt na gunning verdeeld over twee concessiehouders, in de verhouding 60/40.
Park&Charge, een exploitant van laadpalen, maakte bezwaar tegen de opzet van de aanbesteding. Zij vorderde staking van de procedure en heraanbesteding in meerdere percelen of zelfs afzonderlijke procedures per gemeente. Haar bezwaren richtten zich op vier punten: het clusterverbod (artikel 1.5 lid 1 Aanbestedingswet), het splitsingsgebod (artikel 1.5 lid 3 Aanbestedingswet), het transparantiebeginsel ten aanzien van de verdeling van laadlocaties, en de proportionaliteit van enkele gunningscriteria en technische eisen.
Clusterverbod
Ten aanzien van het clusterverbod oordeelde de rechter dat de gemeenten hun keuze voor samenvoeging voldoende hebben gemotiveerd. De aansluiting bij de NAL-regio-indeling, het schaalvoordeel dat naar verwachting leidt tot lagere laadtarieven, de uniforme laadinfrastructuur voor eindgebruikers en de administratieve voordelen voor de deelnemende gemeenten rechtvaardigen de gekozen opzet. Dat mkb-bedrijven niet zelfstandig kunnen inschrijven, maakt de aanbesteding niet onrechtmatig: de wet verplicht aanbestedende diensten niet om iedere mkb-onderneming in staat te stellen zelfstandig in te schrijven. Samenwerkingsverbanden, combinaties en onderaanneming bieden voldoende soelaas, mede doordat de referentie-eisen relatief laag zijn gesteld.
Daarbij speelde een rol dat een marktconsultatie aan de aanbesteding voorafging, waaraan ook Park&Charge had deelgenomen. Op dat moment was al kenbaar dat de aanbesteding alle gemeenten in Zuid-Holland en Zeeland zou omvatten. Dat Park&Charge destijds geen bezwaar maakte, werkte in de gerechtelijke procedure nadelig voor haar.
Splitsingsgebod
Ook het splitsingsgebod staat de gekozen opzet niet in de weg. De rechter overwoog dat de feitelijke verdeling in 60/40 al als een vorm van percelen kan worden beschouwd. Een verdere geografische opdeling zou afbreuk doen aan de gewenste eenheid van de laadinfrastructuur en zou bovendien aantrekkelijke en minder aantrekkelijke gebieden creëren. Bovendien staan niet alle mkb-inschrijvers negatief tegenover grote concessies: de tussenkomende partijen FIMIH en RD, zelf mkb-ondernemingen, wezen er juist op dat schaalgrootte organisatorische en onderhandelingsvoordelen biedt. De rechter hechtte ook aan dit tegengeluid.
Transparantie en overige bezwaren
Het bezwaar over de transparantie van de locatieverdeling slaagde evenmin. Weliswaar is het precieze algoritme voor de locatietoewijzing niet volledig kenbaar voor inschrijvers, maar het eindresultaat moet altijd een 60/40-verdeling opleveren – zowel in aantallen als in winstgevendheid. Correctiemechanismes zijn voorzien voor het geval de verdeling structureel afwijkt, en de gemeenten toonden aan dat simulaties het beoogde resultaat ook daadwerkelijk opleverden. Dat de exacte locaties niet vooraf vaststaan is inherent aan een concessie en geldt voor alle inschrijvers gelijkelijk; dat levert geen transparantiegebrek op.
De bezwaren tegen gunningscriterium P-2 (energievergoeding op basis van een bandbreedte van maximaal €0,12/kWh), de ICT-eisen voor vehicle-to-grid en netbewust laden en de eis van een scherm op nieuwe laadpalen vonden evenmin gehoor. De rechter benadrukte dat aanbestedende diensten een ruime beoordelingsmarge hebben bij het bepalen van gunningscriteria en technische eisen, mits die voor alle inschrijvers gelijkelijk gelden. Het feit dat bepaalde criteria gunstiger kunnen uitpakken voor marktpartijen die zelf energie opwekken, is een kenmerk van normale marktconcurrentie dat de aanbestedende dienst niet hoeft te compenseren.
De uitspraak bevestigt de beleidsruimte die gemeenten en andere aanbestedende diensten hebben bij het samenstellen van grote, gezamenlijke opdrachten. Wie voor een vergelijkbare gezamenlijke concessie staat, doet er goed aan de marktconsultatie zorgvuldig te documenteren, de keuze voor samenvoeging en niet-percellering tijdig via een Nota van Inlichtingen te motiveren, en mkb-toegang via alternatieve routes (combinaties, onderaanneming, lage referentie-eisen) expliciet te borgen. Het transparantiebeginsel vereist niet dat elk detail van een verdelingsalgoritme vooraf openbaar is, zolang het eindresultaat objectief controleerbaar is en correctiemechanismes beschikbaar zijn.
Vzr. Rechtbank Rotterdam 29 april 2026, www.rechtspraak.nl: ECLI:NL:RBROT:2026:5011.