Nieuwsbrief voor overheden

De zaak die leidde tot de hier besproken uitspraak gaat over een gemeentelijk monument in Bunde (gemeente Meerssen) waarvan de eigenaar-bewoner jarenlang achterstallig onderhoud liet voortduren. Na herhaalde inspecties en waarschuwingen legde het college van B&W in september 2021 een last onder bestuursdwang op, bestaande uit tien herstelmaatregelen variërend van het repareren van het dakschild en de dakpannen tot het vrijmaken van verkeersroutes en het reinigen van de woning vanwege dierenuitwerpselen. Omdat de bewoner geen uitvoering gaf aan de lasten met een begunstigingstermijn van zes weken, voerde het college de bestuursdwang in november 2021 feitelijk uit en bracht het een bedrag van ruim € 19.500 aan kosten in rekening.

In beroep werden de lasten voor het dak en de opgeslagen goederen op de vloeren vernietigd wegens motiveringsgebreken over de begunstigingstermijn. Ook vernietigde de rechtbank het kostenverhaalsbesluit en stelde zij het te verhalen bedrag op eigen gezag vast op € 7.566,34. Daarbij oordeelde zij dat de kosten van het plaatsen van een hekwerk niet op de bewoner konden worden verhaald, omdat het hekwerk geen onderdeel uitmaakte van de opgelegde last. In hoger beroep bij de Afdeling werden de meeste gronden van de bewoner verworpen.

Ambtelijke kosten: motiveringsgebrek 
Eén punt slaagde in hoger beroep wel: de in rekening gebrachte ambtelijke kosten van € 2.816,00 waren in het kostenverhaalsbesluit niet gespecificeerd. De bewoner had in zijn zienswijze al aangegeven die kosten niet te kunnen controleren. De Afdeling heeft overwogen dat het college onvoldoende had gemotiveerd voor welke werkzaamheden ambtenaren waren ingezet en welk uurtarief daarvoor gold. Dat is in strijd met artikel 3:46 van de Awb. 

Deze vaststelling heeft echter niet geleid tot een verdergaande matiging van het kostenverhaal. Het college heeft in hoger beroep alsnog een gedetailleerde specificatie overgelegd van de uitgevoerde werkzaamheden en de gehanteerde uurtarieven. Omdat de bewoner deze specificatie niet betwistte, heeft de Afdeling het motiveringsgebrek daarmee hersteld geacht en geen grond gezien om de ambtelijke kosten buiten het verhaal te laten. Het te verhalen bedrag blijft daarmee gelijk aan het door de rechtbank vastgestelde bedrag van € 7.566,34. 

Hekwerkkosten: formele rechtskracht
Opmerkelijk zijn de overwegingen van de Afdeling over hekwerkkosten. De rechtbank had vastgesteld dat het plaatsen van het hekwerk geen onderdeel was van de opgelegde last, zodat de kosten daarvan niet via een kostenverhaalsbeschikking op de bewoner konden worden verhaald. Het college stelde geen hoger beroep ingesteld tegen dit oordeel, waardoor het in rechte vaststond. Desondanks bracht het college diezelfde kosten van € 1.752,09 opnieuw in rekening in het nieuwe besluit van 14 november 2023 dat het ter uitvoering van de uitspraak van de rechtbank heeft genomen. De Afdeling heeft dit besluit op dat punt vernietigd en was helder: wie het niet eens is met een oordeel van de rechtbank, moet hoger beroep instellen. 

Voor de praktijk biedt deze uitspraak hiermee twee praktische tips: (1) het is verstandig om de kosten gemoeid met de inzet van ambtenaren bij het toepassen van bestuursdwang goed inzichtelijk te maken en (2) in verlengde besluitvorming kan niet teruggekomen worden op een oordeel van de rechtbank waartegen geen hoger beroep is ingesteld.

ABRvS 10 juni 2026, www.rechtspraak.nl: ECLI:NL:RVS:2026:3352

Actualiteiten overzicht

Maak kennis met onze specialisten

Bekijk ons team