Nieuwsbrief voor overheden
Aanleiding voor de procedure was een omgevingsvergunning die het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Scherpenzeel op 1 december 2023 had verleend aan een tennisvereniging voor de aanleg van drie padelbanen met reclame en lichtmasten. Op het betreffende perceel geldt het bestemmingsplan “Noord” met de bestemming “Sport-1”. Die bestemming staat weliswaar sportvoorzieningen toe, maar verbiedt uitdrukkelijk het gebruik van gronden voor lawaaisporten. Het bestemmingsplan bevat geen definitie van het begrip “lawaaisporten”.
Uitleg van het begrip lawaaisport
Omdat het bestemmingsplan geen definitie geeft – en ook de toelichting daarin geen uitsluitsel biedt – zoekt de rechtbank aansluiting bij het normale spraakgebruik. De rechtbank volgt het college niet in zijn standpunt dat betekenis toekomt aan de definitie uit het voorgaande bestemmingsplan. Dat een bestemmingsplan conserverend van aard is, betekent immers niet automatisch dat ook specifieke begrippen uit het vorige plan zijn overgenomen. Als de gemeenteraad dat had beoogd, had het op zijn weg gelegen om die definitie uitdrukkelijk op te nemen.
Voor de uitleg van het begrip “lawaaisporten” sluit de rechtbank aan bij Van Dale, die lawaaisport omschrijft als “een sport waarbij veel lawaai wordt gemaakt (zoals motorcross en autosport)”. Hoewel die voorbeelden niet limitatief zijn, leidt de rechtbank hieruit af dat het moet gaan om een sport waarbij motorisch of mechanisch geluid wordt geproduceerd. Padel is een sport die volledig op spierkracht wordt gespeeld. Op basis van het gemiddelde geluidniveau is padel, zo laat de door het college gepresenteerde schematische vergelijking zien, vergelijkbaar met hockey of voetbal, sporten die ook niet als lawaaisport worden beschouwd. Dat padel door omwonenden als hinderlijk wordt ervaren, maakt dat niet anders: hinderlijk is niet hetzelfde als “hard en onaangenaam geluid” in de zin van lawaai. Padel is daarmee geen lawaaisport en valt niet in strijd met het bestemmingsplan.
Afwijking ziet alleen op de geluidschermen
Doordat padel geen lawaaisport is, past de activiteit zelf binnen het bestemmingsplan. De omgevingsvergunning bevat wel een afwijking van het bestemmingsplan, maar die ziet uitsluitend op de twee geluidschermen van vier meter hoog en dit is hoger dan het bestemmingsplan toestaat. Voor die afwijking heeft het college de ruimtelijke aanvaardbaarheid beoordeeld. Eisers hadden die beoordeling niet zelfstandig bestreden. Hun betoog dat het college ook de geluidsoverlast van de padelbanen zelf in die beoordeling had moeten betrekken, slaagt niet. De ruimtelijke aanvaardbaarheid van padel als zodanig staat immers niet ter discussie nu het gebruik binnen het bestemmingsplan past.
De uitspraak is relevant voor de inmiddels omvangrijke rechtspraak over padelbanen, waarover in een eerdere nieuwsbrief al werd geschreven naar aanleiding van de schorsing door de voorzieningenrechter. De rechtbank laat zien dat het oordeel in een voorlopige voorzieningenprocedure niet maatgevend hoeft te zijn voor de bodemprocedure.
Gemeenten en initiatiefnemers die met vergelijkbare discussies te maken krijgen zullen na moeten gaan of het toepasselijke bestemmingsplan het begrip lawaaisport definieert. Ontbreekt een definitie, dan zal op grond van het normale spraakgebruik moeten worden beoordeeld of een sport als lawaaisport kan worden aangemerkt en die drempel ligt volgens deze uitspraak hoog.
Rb. Gelderland 13 mei 2026, www.rechtspraak.nl: ECLI:NL:RBGEL:2026:3759.