Nieuwsbrief voor overheden

Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Ede (hierna: het college) heeft een last onder dwangsom opgelegd om de permanente bewoning van een recreatiewoning binnen twaalf maanden te beëindigen en beëindigd te houden. De overtreders zijn tegen dit besluit in bezwaar gegaan en hebben beroep ingesteld bij de rechtbank.

De rechtbank heeft dat beroep gegrond verklaard en geoordeeld dat het college van handhavend optreden moest afzien. Dit gelet op de financiële en medische situatie van appellanten, hun zelfredzaamheid, de krapte op de woningmarkt en het feit dat het 11 jaar heeft geduurd voordat handhavend werd opgetreden.

Het college is tegen de uitspraak van de rechtbank in hoger beroep gegaan. 

De Afdeling is met de rechtbank van oordeel dat het college onvoldoende heeft gemotiveerd dat handhavend optreden in dit geval aangewezen was. Dat laat onverlet dat de rechtbank het besluit tot het opleggen van een last onder dwangsom niet zomaar had kunnen vernietigen wegens de onevenredige gevolgen daarvan. Volgens de Afdeling kan het college immers in een nieuw besluit beter motiveren waarom handhavend optreden, ondanks de gevolgen voor appellanten, is aangewezen. Dat kan bijvoorbeeld met ze in gesprek gaan over oplossingen voor de problemen die het besluit voor appellanten met zich brengt. Aan het feit dat het lang geduurd heeft voordat handhavend opgetreden werd, heeft de rechtbank volgens de Afdeling te veel gewicht toegekend. Het college heeft immers toegelicht waarom het zo lang duurde (het is een groot probleem, er werd parksgewijs gehandhaafd wegens capaciteitsgebrek en later is het handhavingsbeleid geintensiveerd).
De Afdeling heeft het college in de gelegenheid gesteld om een beter gemotiveerde beslissing op bezwaar te nemen.

ABRvS 26 november 2025, www.rechtspraak.nl: ECLI:NL:RVS:2025:5744

Actualiteiten overzicht

Maak kennis met onze specialisten

Bekijk ons team