Nieuwsbrief voor overheden
Hoe komt een werkgever te weten dat sprake is van een strafrechtelijke veroordeling
Voordat een ambtenaar ontslagen kan worden voor een strafrechtelijke veroordeling, geldt dat de werkgever hiervan op de hoogte moet zijn. Soms zal het snel duidelijk zijn, bijvoorbeeld als de werknemer in detentie heeft gezeten of zal moeten zitten en (tijdelijk) niet beschikbaar was voor werkzaamheden. Soms zal detentie echter geen onderdeel zijn van het voortraject en loopt het strafrechtelijke proces gewoon naast de reguliere werkzaamheden. De werknemer neemt dan bijvoorbeeld gewoon een vakantiedag op voor een zittingsdatum.
Werknemers kunnen onder omstandigheden verplicht zijn om een strafrechtelijk traject te melden bij de werkgever. Dat kan bijvoorbeeld het geval zijn als de werknemer wordt geacht te weten dat het onderwerp van het onderzoek de werkzaamheden kan raken. Dit was bijvoorbeeld het geval in een recente kwestie waarbij een jeugdzorgmedewerker een strafrechtelijke veroordeling voor valsheid in geschrifte en bedrog verzweeg, terwijl de veroordeling verband hield met de rol van werknemer binnen een andere jeugdzorgorganisatie (ECLI:NL:RBDHA:2026:3049). De kantonrechter oordeelde daar dat de werknemer dit had moeten melden aan de werkgever, mede omdat hij door de veroordeling geen nieuwe VOG meer zou kunnen krijgen. In andere situaties – vaak bij overheidsinstellingen – geldt dat een verplichting tot het melden van dit soort situaties is opgenomen in een gedragscode. Zo is in de Gedragscode Integriteit Rijk (GIR) opgenomen dat werknemers verantwoordelijkheid moeten nemen voor integriteitsvraagstukken en deze moeten bespreken met collega’s, je leidinggevende of eventueel een vertrouwenspersoon. Ofwel: het is vaak zo dat van een ambtenaar, vooral als sprake is van een vertrouwensfunctie of bepaalde kwetsbare functie, verwacht mag worden dat hij of zij e.e.a. zelf meldt bij de werkgever.
Hiernaast heeft het Openbaar Ministerie de mogelijkheid strafvorderlijke gegevens met de werkgever te delen op grond van artikel 39f lid 1 van de Wet justitiële en strafvorderlijke gegevens. Als het OM besluit dit te doen, kan de betrokkene hiertegen in beroep gaan. Zo gebeurde ook in een recente kwestie, waarbij een ambtenaar bij een gemeente betrokken was bij een strafrechtelijk onderzoek rondom witwassen en het online verkopen van goederen met het oogmerk om zonder volledige levering zich of een ander van de betaling van de goederen te verzekeren (ECLI:NL:RBMNE:2026:87). Het OM wilde gegevens met de gemeente delen rondom het onderzoek. De ambtenaar gaf aan dat het voor hem onwenselijk was dat de gemeente op basis van alleen een onderzoek al een (onomkeerbare) arbeidsrechtelijke beslissing zou nemen. Uiteindelijk is het bezwaar ongegrond verklaard: de rechter oordeelde dat het aan de werkgever zou zijn om te doen met de informatie zoals zij gepast achtte, en de werkgever is daarbij gebonden aan arbeidsrechtelijke wetgeving. De werkgever zal dus zelf moeten beoordelen of de verweten gedragingen een reëel risico voor de gemeente vormen en wat zij daarmee doet. Dit risico voor de ambtenaar voorkomt echter niet de noodzaak van het delen van de informatie door het OM met de gemeente.
Wat kan de werkgever met de strafvorderlijke gegevens?
Voor ambtenaren gelden hoge integriteitseisen. Ook zaken die dus volledige in de privésfeer liggen kunnen om die reden tot ontslag leiden. Zo werd een werknemer van een PI door de Staat ontslagen wegens betrokkenheid bij een (poging tot) zware mishandeling van zijn voormalig zwager (ECLI:NL:GHDHA:2026:9). Hier was de werknemer ook voor veroordeeld. De rechtbank vond dit onvoldoende reden voor een beëindiging wegens verwijtbaar handelen, vanwege het feit dat dit volledig in privétijd en buiten de werksituatie heeft plaatsgevonden. Wel oordeelde de rechter dat het handelen niet verenigbaar is met de functie van de werknemer en het handelen bovendien in strijd met de gedragscode die gold binnen DJI. Wel was sprake van een verstoorde arbeidsverhouding, mede vanwege de wijze waarop de werknemer is omgegaan met de hele situatie. Zo weigerde hij de uitspraak van de strafrechter te delen. Het Hof heeft deze uitspraak bekrachtigd.
In een andere situatie was sprake van een ontslag op staande voet van een ambtenaar, omdat deze ambtenaar in strijd met de GIR niet heeft gemeld dat zij in aanraking was gekomen met justitie (ECLI:NL: RBMNE:2026:610). Ook na vragen hierover heeft zij geen openheid van zaken gegeven. Het ging hier om bewuste dan wel onbewuste strafrechtelijke betrokkenheid bij drugshandel, georganiseerd door haar broer. De rechtbank achtte het ontslag op staande voet rechtvaardig gegeven: er was sprake van een onaanvaardbaar integriteitsrisico.
Conclusie
De hoge integriteitseisen voor ambtenaren kunnen ook zien op privégedragingen. Van belang is om hier aandacht aan te besteden in gedragscodes en om duidelijk te maken dat wordt verwacht dat werknemers het uit zichzelf melden als bijvoorbeeld sprake is van een strafrechtelijk onderzoek of een veroordeling. Let wel goed op dat altijd per situatie goed geoordeeld moet worden of op basis van de concrete omstandigheden van de werkgever kan worden gevergd de arbeidsovereenkomst in stand te houden. Het is zeker niet automatisch zo dat een strafrechtelijke veroordeling gelijk staat aan een ontslag.
Rb. Den Haag 13 februari 2026, www.rechtspraak.nl: ECLI:NL:RBDHA:2026:3049.
Rb. Midden-Nederland 15 januari 2026, www.rechtspraak.nl: ECLI:NL:RBMNE:2026:87.
Hof Den Haag 13 januari 2026, www.rechtspraak.nl: ECLI:NL:GHDHA:2026:9.
Rb. Midden-Nederland 13 februari 2026, www.rechtspraak.nl: ECLI:NL:RBDHA:2026:610.