Blog

De uitspraak biedt een goede aanleiding om stil te staan bij de vraag welke waarde een concept-testament in het erfrecht kan hebben en onder welke omstandigheden de rechter bereid is daaraan gevolgen te verbinden.

Wanneer is een testament geldig?
Een uiterste wilsbeschikking kan alleen bij uiterste wil worden gemaakt. Voor het opstellen daarvan gelden strikte vormvereisten. Een testament kan, behoudens enkele wettelijke noodsituaties, uitsluitend worden opgesteld bij notariële akte of bij een aan een notaris in bewaring gegeven onderhandse akte. Ontbreekt de vereiste ondertekening door de erflater, dan is de uiterste wil nietig. Een concept-testament voldoet daarom niet aan de wettelijke vereisten.

Deze formaliteiten dienen een belangrijk doel. De tussenkomst van een notaris waarborgt dat kan worden gecontroleerd of de inhoud van het testament daadwerkelijk overeenstemt met de wil van de erflater op het moment van ondertekening. Om die reden bespreekt en licht de notaris voorafgaand aan het passeren van de akte de inhoud daarvan toe.

De lijn in de rechtspraak
Hoewel de wettelijke regels strikt zijn, hebben rechters zich meermaals moeten buigen over situaties waarin een erflater wel een concept-testament had laten opstellen, maar overleed voordat het testament kon worden gepasseerd.

De lijn in de rechtspraak is tot nu toe terughoudend. Een concept-testament wordt alleen in zeer uitzonderlijke gevallen gevolgd. Daarbij geldt als uitgangspunt dat met ‘volstrekte zekerheid’ moet kunnen worden vastgesteld dat het concept de uiterste wil van de erflater op het moment van overlijden weergeeft. Om die reden werden verschillende vorderingen afgewezen. Zie bijvoorbeeld: ECLI:NL:GHDHA:2019:2800; ECLI:NL:RBAMS:2021:4140; ECLI:NL:RBGEL:2024:1299. Alleen in een uitzonderlijk geval, waarin erflaatster in de veronderstelling verkeerde dat haar wensen al rechtsgeldig waren vastgelegd, werd een concept-testament gevolgd (ECLI:NL:RBDHA:2023:13021).

De tot nu toe bestaande lijn was daarmee duidelijk: een concept-testament wordt slechts in uitzonderlijke gevallen gevolgd en alleen wanneer met volstrekte zekerheid kan worden vastgesteld dat het de laatste wil van de erflater weergeeft.

De uitspraak van de Rechtbank Amsterdam
De recente uitspraak van de Rechtbank Amsterdam gaat om een erflaatster die kort voor haar overlijden bezig was haar wensen vast te leggen. Samen met haar partner had zij een notaris ingeschakeld, haar wensen besproken en concept-testamenten laten opstellen. Ook was al een afspraak gemaakt om de testamenten te ondertekenen. Door een plotselinge en ernstige verslechtering van haar gezondheid heeft de ondertekening echter niet meer kunnen plaatsvinden.

De rechtbank achtte voldoende aannemelijk dat het concept-testament de uiterste wil van erflaatster weergaf. Daarbij speelde mee dat haar wensen met de notaris waren besproken, dat de concepten nagenoeg definitief waren en dat uit verklaringen van de notaris en haar omgeving bleek dat zij haar partner verzorgd wilde achterlaten. De rechtbank was ervan overtuigd dat het testament zou zijn gepasseerd als erflaatster niet onverwacht was overleden.

Opvallend is dat de rechtbank niet alleen keek naar de vraag of het concept-testament de wil van erflaatster correct weergaf. Ook de gevolgen van het ontbreken van een geldig testament speelden een rol. De rechtbank betrok in de afweging dat toepassing van het wettelijke erfrecht zou leiden tot een aanzienlijk hogere erfbelasting dan de regeling die erflaatster voor ogen had in haar concept-testament. Bovendien bestond het risico dat de achterblijvende partner en de kinderen de gezamenlijke woning niet zouden kunnen behouden. Daarbij verdient opmerking dat de formele wederpartij in deze procedure werd gevormd door de minderjarige kinderen van erflaatster, vertegenwoordigd door een bijzonder curator. De bijzonder curator heeft geen verweer gevoerd tegen het verzoek, maar een referteverklaring ingediend. Uit haar onderzoek bleek dat afwikkeling conform het concept-testament ook in het belang van de kinderen was.

Onder deze uitzonderlijke omstandigheden achtte de rechtbank het naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar om vast te houden aan het wettelijke versterferfrecht dat van toepassing is bij het ontbreken van een testament. Daarom moest de nalatenschap worden afgewikkeld overeenkomstig het concept-testament.

Conclusie
De uitspraak past gedeeltelijk binnen de bestaande lijn in de rechtspraak. Ook in dit vonnis staat centraal dat de rechter voldoende zekerheid moet verkrijgen over de laatste wil van de erflater. In dit geval speelt mee dat concrete stappen richting een definitief testament zijn gezet en dat de erflater door bijzondere omstandigheden het testament niet meer kon ondertekenen.

Toch valt de uitspraak op. Waar eerdere rechtspraak vooral focuste op het criterium van volstrekte zekerheid omtrent de uiterste wil, kent de rechtbank nu ook gewicht toe aan de gevolgen van toepassing van het versterferfrecht voor de erfgenamen. Daarmee verschuift de aandacht enigszins van uitsluitend de vraag wat de erflater wilde, naar de vraag of strikte toepassing van de wettelijke regels in de concrete omstandigheden nog wel aanvaardbaar is.

Of deze uitspraak een incidentele uitzondering vormt of het begin van een ruimere benadering van concept-testamenten, zal moeten blijken uit toekomstige rechtspraak. Voor nu blijft de drempel hoog, maar deze uitspraak laat zien dat deze niet onoverkomelijk is.

Actualiteiten overzicht

Maak kennis met onze specialisten

Bekijk ons team