Nieuwsbrief voor overheden

Deze zaak speelde tussen de exploitant van een coffeeshop in de gemeente Apeldoorn en de burgemeester. De burgemeester verklaarde eerder de bezwaren van de exploitant die een tijdelijke gedoogverklaring had gekregen niet-ontvankelijk omdat de gedoogverklaring geen besluit zou zijn waartegen bezwaar mogelijk was. De Afdeling zet hier een streep doorheen. 

De jurisprudentielijn wordt met deze uitspraak bijgesteld omdat de voorgaande lijn in de rechtspraak inhield dat tegen i) een gedoogbeslissing, ii) de weigering om te gedogen of iii) de intrekking van een gedoogbeslissing, een enkele uitzondering daargelaten, geen enkel rechtsmiddel openstond. Voor deze jurisprudentielijn (zie ABRvS 24 april 2019, ECLI:NL:RVS:2019:1356) is destijds gekozen om meer duidelijkheid te scheppen voor betrokkenen in de complexiteit in de rechtspraak over gedoogbeslissingen en om verdere juridisering van het gedogen te voorkomen.

Maar, coffeeshops nemen een bijzondere positie in. En de voornoemde lijn ging daaraan voorbij. De exploitant van een coffeeshop kan immers geen vergunning aanvragen voor de verkoop van softdrugs, omdat de verkoop volgens de Opiumwet een verboden handeling is. Ook wettelijk kunnen gemeenten de verkoop van softdrugs niet reguleren. Het gevolg daarvan was dat de coffeeshopexploitant alleen een oordeel van de bestuursrechter kon krijgen over het gedogen van zijn coffeeshop of over de voorwaarden die aan dat gedogen worden gesteld, door activiteiten in strijd met de Opiumwet te verrichtten. Vervolgens was het afwachten of er een handhavingsbesluit zou volgen waartegen hij dan wél bezwaar kon maken. Weliswaar kúnnen burgemeesters ervoor kiezen om in een exploitatievergunning voor een horecabedrijf er rekening mee te houden dat het om een coffeeshop gaat, maar dat hóeven zij niet te doen. Een dergelijke exploitatievergunning gaat op zichzelf natuurlijk ook niet over de verkoop van softdrugs. Er was dus te weinig rechtsbescherming die uitsluitend bestond uit de mogelijkheid om bezwaar en beroep in te dienen tegen een exploitatievergunning en niet tegen een gedoogbeslissing.

Naar het huidige oordeel van de Afdeling is het onevenredig bezwarend om van een coffeeshopexploitant te verlangen dat hij in zulke gevallen gedwongen wordt een handhavingsbesluit uit te lokken met alle risico’s van dien. Daarbij speelt het beleid van de landelijke overheid een rol. Enerzijds wordt vastgehouden aan het uitgangspunt dat het exploiteren van een coffeeshop illegaal is, maar anderzijds vindt van overheidswege regulering plaats waardoor onder omstandigheden verkoop van softdrugs mogelijk is. In deze concrete zaak moet de burgemeester van Apeldoorn alsnog inhoudelijk beslissen op de bezwaren van de coffeeshopexploitant. 

ABRvS 13 september 2023, www.rechtspraak.nl; ECLI:NL:RVS:2023:3431

Door Kaoutar Azghay
 

Actualiteiten overzicht

Maak kennis met onze specialisten

Bekijk ons team